h1

Yammeren binnen het Hbo

september 7, 2009

In november 2008 kwam ik als deelnemer aan een CoP (rondom het toepassen van Web 2.0 in het onderwijs) binnen onze Hogeschool in aanraking met Yammer. Yammeren is hetzelfde als Twitteren maar dan binnen een groep van mensen met dezelfde mailextensie (bij ons is dat @hro.nl). Met een kleine groep van deelnemers zijn we aan de slag gegaan met Yammer.

Topdown zijn er in onze organisatie veel communicatiekanalen beschikbaar. Tussen de silo’s en onderling (ruim 2500 collega’s) is er echter geen medium om met elkaar te communiceren, kennis te delen. Het antwoord op de vraag ‘What are you working on?’ is binnen een kennisintensieve organisatie als een Hogeschool erg relevant.

Nu, begin september 2009 zijn 154 collega’s in meer of mindere mate actief en zijn er ruim 4200 berichten geschreven. Daarnaast zijn er ook nog eens 20 groepen aangemaakt. Het aantal gebruikers en berichten neemt exponentieel toe.

 users

Een kleine groep collega’s (50) is erg actief op Yammer. Dat zijn dan collega’s die bijna dagelijks iets te melden hebben. Er zijn veel meer collega’s die nauwelijks berichten plaatsen, maar wel berichten lezen.

Een belangrijke toepassing van Yammer is het delen van kennis: over een interessant boek dat iemand gelezen heeft, over deelnames aan workshops over linkjes die men tegenkomt, over rapporten, over een presentatie op slideshare, enz, enz.

Het antwoord op de vraag: “What are you working on?” zorgt ervoor dat ik beter op de hoogte ben van het doen en laten van mijn collega’s. Doordat ik nu beter weet waar mijn collega’s mee bezig zijn, ben ik sneller in staat om de juiste vraag aan de juiste persoon te stellen en zie ik eerder verbanden te zien tussen ontwikkelingen en kansen die daardoor ontstaan.

We maken echter nog lang niet optimaal gebruik van de mogelijkheden. Yammer zou beter geïntegreerd kunnen worden het intranet. Doordat Yammer nu volledig los staat moeten gebruikers zich aanwennen om regelmatig naar de Yammer-website te gaan. Bovendien moet iedereen zelf een account aanmaken en de desktopsoftware downloaden.

Communiceren via Yammer is net als Twitteren zeer laagdrempelig en creëert een groepsgevoel, omdat berichten voor iedereen zichtbaar zijn en iedereen op elkaar kan reageren. De grote kracht van Yammer en Twitter is de onverwachte input. Door simpelweg te vertellen waar je mee bezig bent, stel je collega’s in de gelegenheid daar waardevolle feedback op te geven. Je weet niet wat je niet weet, dus juist die onverwachte maar heel waardevolle input van collega’s is krachtig aan Yammer. Yammer leeft binnen onze organisatie, collega’s spreken er in de wandelgangen over en dat is goed.

h1

Digitale portfolio’s en social media

juni 13, 2009

Leren is meer dan alleen kennis overdragen van de ene mens op de ander. Het gaat nu ook om kennis delen, nieuwe inzichten creëren, innovaties tot stand brengen, alles wat tussen de regels door gebeurt, het over en met elkaar leren, het zelf ontdekken…. en veel meer. Leren is dus ook:

  • relaties leggen
  • creëren 
  • naar buiten brengen
  • transparant maken van het denken en samenwerken
  • leren leren en metacognitieve ontwikkeling
  • competenties centraal stellen
  • flexibiliteit

Claxton e.a. (1996) noemt dat de ‘residual schemata’, de impliciete theorieën van leren, ervaringen die achterblijven om betekenis aan het geleerde te geven.

Ik ben van mening dat de wijze waarop een student zich via social software manifesteert in zijn toekomstige werkkring een onderdeel wordt van de studieloopbaancoaching (SLC). Het gebruik van afgeschermde e-portfolio’s, binnen LMS-achtige omgevingen als n@tschool, Sharepoint om dat leerproces in kaart te brengen loopt op zijn laatste benen (zie ook Wilfred Rubens).

Web 2.0 maakt het mogelijk leer, denk- en samenwerkingsprocessen inzichtelijk te maken. Het gebruik van bijvoorbeeld social bookmarking (welke voor je toekomstige vak relevantie links heb je opgeslagen?), RSS-feed (op welke voor je studie c.q. voor het vak relevante feeds ben je geabonneerd?). Neemt de student zelf initiatief op de digitale werkplaats of reageert hij alleen als om een reactie wordt gevraagd? Hoe reageren ze op elkaar?

Ondertussen organisaties buiten het onderwijs al op grote schaal overgegaan op het gebruik van social media en Enterprise 2.0 (zie ook Ross Dawson, Dion Hinchcliffe en Andrew McAfee).

Toekomstige beroepsbeoefenaren kunnen dus niet snel genoeg zijn met zich daarin te bekwamen. Zeker van Hbo érs mag verwacht worden dat ze de emergente ontwikkelingen in hun aankomende beroep kunnen volgen, op waarde weten in te schatten en waar mogelijk een bijdrage kunnen leveren. Denk aan ”communities of practice‘ rond een bepaald vakgebied waar leerlingen, docenten en bedrijven gezamenlijk kennis ontwikkelen.

Docenten kunnen nu al Web 2.0 gebruiken om structuur en ondersteuning aan leeractiviteiten te geven. Met Web 2.0 kunnen studenten leren in een krachtige, leeromgevingen met complexe taken, waarbij leren wordt gezien als een sociaal proces. De student verwerft strategieën om het werk te organiseren en met anderen te delen.

Van docenten mag verwacht worden dat zij als professionals het goede voorbeeld geven als het gaat om de manier waarop zij zich bewegen in het beroepenveld. Het eigen ‘digitale portfolio’, maar ook de Persoonlijke Leeromgeving (Linkedin, delicious, blog e.d.) mag als voorbeeld dienen voor de studenten.