Archive for the ‘Maintenance’ Category

h1

Onderhoud is behoud

augustus 23, 2010

1875 – 1950 Reactive Maintenance
1950 – 1970 Preventive Maintenance
1970 – 1980 Predictive/Condition Based Maintenance
1980 – 2000 Reliability Centered Maintenance and Total Productive Maintenance
2000 – 2020 World Class Manufacturing en Asset Management
2020 – Cradle to Cradle maintenance?

Oude en nieuwe concepten en ontwikkelstadia van onderhoud

Voor de industriële revolutie werd er nauwelijks aan onderhoud gedaan. Gebruiksvoorwerpen werden meestal als enkelstuks geproduceerd en waren veelal ontworpen op ‘run to fail’.

Oorspronkelijk bestond het plegen van onderhoud uit een reeks handelingen die op basis van ervaring van de fabrikant aan de gebruiker werden gedicteerd. Niet alle onderdelen waren gelijk van robuustheid. Sommige onderdelen waren meer aan slijtage onderhevig als andere. Achterliggende gedachte bij onderhoud is dat falen wordt voorkomen of uitgesteld.

Vooral bij in massa geproduceerde goederen was en is het mogelijk om generieke onderhoudsregels te formuleren. Een voorbeeld van zo een generieke regel is verwisselen van smeerolie in een motor. Deze onderhoudsinterval wordt bepaald door het aantal gereden kilometers of een bepaalde tijdsverloop. Voor het opstellen van deze regels wordt uitgegaan van gemiddelde condities of gebruiksomstandigheden. Het nauwkeurig opvolgen van de onderhoudsregels is echter geen garantie tegen falen gebleken. Vaak had dit  falen te maken met niet- of slecht te onderhouden onderdelen als gevolg van onjuiste of verkeerde materiaalkeuzes. Duurzame gebruiksgoederen werden daarom ook overgedimensioneerd.

In de jaren 80 van de vorige eeuw concentreerde men zich op het verhogen van de betrouwbaarheid van de verschillende onderdelen van een samenstelling. De som van de betrouwbaarheid van een systeem was het resultaat van de betrouwbaarheid van de afzonderlijke onderdelen. Veel efforts werd gestoken om de zwakste schakel in systemen te ontdekken (conditiemeting) en waar mogelijk te elimineren. Als dat niet mogelijk was werden onderdelen redundant uitgevoerd. Onderhoudsactiviteiten waren gericht op het verhogen van de betrouwbaarheid. Later kwam daar de aandacht voor de inzetbaarheid en de kwaliteit van de geproduceerde artikelen bij als indicatoren voor onderhoud.

Tegenwoordig heeft onderhoud meestal als doel een apparaat of installatie weer terug te brengen op het oorspronkelijke (prestatie)niveau. Dat houdt in dat kennelijk, gedurende gebruik of gewoon door de tands der tijd of slijtage, achteruitgang in prestaties zal optreden.

Het terugbrengen tot de oorspronkelijke situatie is nooit gericht op het in nieuw staat houden. Aan het eind van een ‘redelijke’ economische levensduur, verschuiven kennelijk percepties over nog te verwachten prestaties en presentatie. Meestal is het zo dat voor het eind van de technische levensduur een apparaat vervangen moet worden omdat er geschiktere of geavanceerdere technologieën beschikbaar zijn.

“Run to fail” is een bruikbare onderhoudsmodel als veiligheid en milieu niet worden aangetast. Het percentage ‘not scheduled maintenance’ neemt wel toe. Run to fail is ook toe te passen als er geen (preventieve)oplossingen beschikbaar zijn voor nog onbekende oorzaken. Veel storingen blijven meestal onontdekt.

Bij onderhoud moet er een afweging gemaakt worden tussen hogere opbrengsten door een betere utilisatie van de assets enerzijds en de kosten van onderhoud anderzijds. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de ‘licence to operate’, daarnaast neemt de regelgeving omtrent milieu, veiligheid en gezondheid toe. De mate van onderhoud en de effectiviteit daarvan is afhankelijk van een hoop factoren: bijv. de beschikbaarheid van voldoende geschoold personeel, de beschikbaarheid van gereedschappen en spareparts en consumabels. Deze zijn op zich weer afhankelijk van de techno-infrastructuur in de periferie van de apparatuur. Daarnaast spelen de gebruikscondities een belangrijke rol bij de juiste keuze van een onderhoudsconcept. Ook het ontwerp, de gebruikte materialen zijn van invloed op de onderhoudbaarheid van een asset. Bij een slechte onderhoudbaarheid is run to fail en vervolgens vervanging vaak de enige optie.

Kortom, er zijn (en waren) verschillende ideeën over onderhoud. Veel daarvan zijn gebaseerd op veronderstellingen. Idealiter is er bij bezitters van kapitaalsintensieve assets een focus op de langere termijn. Bewuste keuzes in onderhoud zijn vaak het gevolg van een gekozen strategie. Het onderhoud wordt niet langer gezien als kostenpost. Uptime / beschikbaarheid zijn belangrijkste indicatoren.

Nieuw voor organisaties is dat de onderhoudsorganisatie de processen bewaakt. De systematiek en strategie zijn sturend voor andere processen.

De gegevens van de onderhoudsafdeling worden gebruikt bij het nemen van investeringsbeslissingen. Budgettering vindt plaats op basis van activity based costing. Op basis van benchmarking worden ontwikkelprogramma’s aangestuurd. De gegevens over betrouwbaarheid, de kwaliteit van geproduceerde goederen en de inzetbaarheid van de asset zijn een onderdeel van de cockpit van de organisatie geworden.

‘if isn’t broke, don’t fix it’