Archive for the ‘Uncategorized’ Category

h1

Onderhoudsvariabelen

september 22, 2014

Veel onderhoudsconcepten gaan uit van een optimale mix van ‘aanvaard’ storingsgedrag in relatie tot het ‘laagste’ kosten. Het stochastisch gedrag van assets wordt dan meestal uitgedrukt in kosten: onderhoud/kosten ratio, onderhoudskosten/output ratio en/of betrouwbaarheid uitgedrukt in: beschikbaarheid, MTBF (Mean Time Between Failure) etc. Het optimale onderhoudsconcept garandeert in die benadering dan:

  • minimale kosten,
  • maximale systeem betrouwbaarheid,
  • minimale onderhoudskosten in relatie tot de vereiste betrouwbaarheid, of
  • maximale betrouwbaarheid in relatie tot acceptabele onderhoudskosten.

Een echt optimale onderhoudstrategie gaat echter uit van veel meer invalshoeken. Het model van Wang (A survey of maintenance policies of deteriorating systems, 1999) geeft een overzicht van de verschillende factoren die van invloed zijn op de keuze voor een optimaal onderhoudsmodel. Variabelen in dit model zijn bijvoorbeeld: systeem configuratie, onderhoudsconcepten, faalpatronen, degradatieniveaus, relaties tussen falen en onderhoud, risicomatrices, economische afhankelijkheid, wettelijke bepalingen, etc. Het model is m.i. (nog) niet compleet maar geeft toch een andere kijk op onderhoud.

Model van Wang

Advertenties
h1

De kenniswerker

juni 8, 2008

De Nederlandse samenleving is een kennissamenleving aan het worden. Kennis is een steeds belangrijkere productiefactor geworden. De soort kennis die van medewerkers wordt gevraagd is aan veranderingen onderhevig. Gebruikelijke oplossingen en kennis vodoen niet langer. De traditionele medewerker is veranderd in een kenniswerker. Van kenniswerkers wordt gevraagd om nieuwe oplossingen te bedenken voor unieke problemen. Voor deze oplossingen moet steeds nieuwe kennis worden ontwikkeld.

Een kenniswerker is géén beroep, maar een kenmerk van een beroep. Harrison en Kessels omschrijven de kenniswerker als: ‘(…) any who contributes to the core of economic activity in an organisation whose profitability and progress depend primarily on effective knowledge work (…)’. Volgens Weggeman is een kenniswerker iemand die voor het goed uitvoeren van zijn primaire taak, permanent relatief veel moet leren. De belangrijkste competentie van een kenniswerker zou daarom moeten zijn: handelingsgericht leren, ofwel leren ‘on the job’

Het leren van de kenniswerker is in belangrijke mate zelfgestuurd: kenniswerkers maken hun eigen plan voor leren en bewaken dat plan zelf. Ze stellen eigen leerdoelen op en ondernemen op eigen gelegenheid leeractiviteiten. Kenniswerkers reflecteren op gemaakte fouten, geconstateerde moeilijkheden die ze tegenkomen en de successen die ze behalen. Kenniswerk is leerintensief werken.

Kenniswerken leer je niet uit een boek, maar door het te ervaren. De literatuur over “situated cognition” maakt duidelijk, dat alleen kennis die onlosmakelijk verbonden is met toepassingssituaties transfer oplevert in vergelijkbare situaties en contexten.

Het hoger onderwijs zal er voor moeten zorgen er binnen opleidingen authentieke leersituaties worden gecreëerd, waarin leren in een professionele praktijk plaats vindt. Studenten zullen dan al tijdens hun studie als junior professional deel uitmaken van een professionele community, het professionele discours en de professionele cultuur. Ze worden tijdens hun studie zo vroeg mogelijk geconfronteerd met echte opdrachten uit te voeren voor echte opdrachtgevers.

In authentieke praktijksituaties waar handelingsgericht, dat wil zeggen competentiegericht, wordt geleerd. Eventuele nieuwe kennis die studenten op basis hiervan ontwikkelen leggen ze vast in een webpublicatie, lessons learned documenten, een wiki. Web 2.0 applicaties worden gebruikt om de peergroup te laten reageren op het de nieuw ontwikkelde kennis. Samen met de professionele community beoordelen de docenten de relevantie van deze publicaties. De rol van de docent als beoordelaar van geleverde prestaties is (gelukkig?) nog niet zo erg aan verandering onderhevig.

h1

Learning by doing

juni 6, 2008

Het begrip “Learning-by-doing” is ontstaan als theoretisch, economische concept. Het verwijst naar het vermogen van productiemedewerkers om hun productiviteit te verhogen door handelingen steeds op dezelfde, gestandaardiseerde manier uit te voeren. De verbeteringen in productiviteit komen tot stand door het streven naar perfectie van de medewerkers zelf. Dit doen ze door zelf continue naar verbetermogelijkheden en aanpassing in het proces te zoeken. Binnen “lean production” noemde met dit principe later ook wel “Kaizen”.

Het begrip wordt als eerste gebruikt door Kenneth Arrow in zijn “endogenous growth theory” waarin hij de effecten van vooral technische innovaties op de lange termijn mee weet te verklaren. Tot die tijd viel een verbeterde productiviteit vooral te verwachten door technologische breaktrough’s die van buitenaf (bijv. stoommachine, weefgetouw en PC) moesten komen. Arrow’s theorie geeft een goed inzicht waarom het voor bedrijven belangrijk is om zelf te investeren in innovatie.

Na de tweede wereldoorlog zijn het vooral de Japanse bedrijven geweest die met dat soort theorieën aan de slag zijn gegaan. In het Toyota Production System is nadrukkelijk het “learning-by-doing” principe terug te vinden.

Het TPS (Toyota Production System) combineert een management filosofie en de bijdragen van de werkvloer tot een geïntegreerd sociotechnisch system. Het bijzondere aan TPS is de wijze waarop de productie tot stand komt in interactie met de toeleveranciers en de klant. Het begrip “sociotechnical systems” is in 1960 geïntroduceerd door Eric Trist en Fred Emery, in die tijd werkzaam voor het Tavistock Institute in London.

De term “sociotechnical systems” is ook een referentie aan de complexe interactie tussen de wijze waarop de samenleving is ingericht en het menselijke gedrag. Het onderwijs als substructuur van onze complexe samenleving is te beschouwen als een sociotechnisch systeem.

Kortom, het leren werken door “Learning by doing” zou er volgens bovenstaande theorieën op neer komen dat we als medewerkers vooral niet moeten wachten op innovaties (Web 2.0) van buitenaf maar dat we ons vooral moeten bezig houden met het analyseren van onze eigen “productieprocessen” om die zodoende continue te innoveren en door te streven naar perfectie. Oplossingen als Education 2.0 zullen dus vooral uit onze eigen koker moeten komen. Als reactie op het TPS zouden we ons ook bezig moeten houden met het verbeteren van ons eigen proces door dit beter af te stemmen met onze toeleveranciers (de samenleving?) en klanten (de bedrijven?). Daar ligt nog voor het onderwijs nog jaren werk te wachten.

h1

(Virtual) Action learning

juni 6, 2008

Het sociaal constructivisme is een stroming in de leerpsychologie die leren omschrijft als een sterk actief, sociaal en constructief proces. Volgens constructivisten is de kunst van het leren dat nieuwe informatie wordt gekoppeld aan bestaande voorkennis. Omdat ieder weer andere voorkennis heeft, is het niet mogelijk dit koppelingsproces te structureren, maar wel om samen met en van anderen te leren. Leren wordt dan het construeren van interne representaties met behulp van bestaande representaties (R.J. Simons, 2001).

Het Action Learning-opleidingsconcept is een interpretatie van het sociaal-constructivisme waarbij het leerproces van de student vooral gezien wordt als een sociaal proces van kennisconstructie waarbij kennis geïnterpreteerd wordt als een competentie die naast een kennisdomein, ook vaardigheden en eigenschappen omvat. De lerende is binnen VAL geheel verantwoordelijk voor zijn competentieontwikkeling en leerproces.

De opleider faciliteert het leerproces en beoordeelt zijn competentieontwikkeling. De activiteiten van de docent bij het Virtual Action Learning bestaat uit het faciliteren en ontwikkelen van zgn. virtuele leerarrangementen, een eveneens virtuele leeromgeving, het modereren daarvan en in enige mate begeleiden van de lerende en het verzorgen van bijeenkomsten (face to face) waar het geleerde in speciale werkvormen wordt geëxpliciteerd. Er ontstaat een vorm van leren als de student er in slaagt een brug te leggen met andere leeractiviteiten.

Zo bekeken is het sociaal constructivisme in de vorm van het VAL opleidingsconcept een nieuwe manier van leren en opleiden en is er sprake van een daadwerkelijke onderwijstransformatie meer passend bij de NextGen en generatie Einstein. Web 2.0 voorzieningen zijn een onmisbare schakel. In de literatuur worde gesproken van een nieuw leerparadigma. Voorwaarden voor VAL zijn een herontwerp van leeractiviteiten en een andere rol van de docent.

Uit de literatuur zou je kunnen opmaken dat studenten met VAL is staat zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leerproces. Daarnaast zouden ze ook in staat concrete leervragen te formuleren en zelf op zoek te gaan naar de juiste bronnen die aansluiten bij de voorkennis. Studenten zouden ook in staat zijn om nieuwe kennis te genereren. Mijn ervaringen tot nu toe met nieuwe vormen van (competentie gericht) onderwijs en toepassing van nieuwe media stemmen me niet vrolijk, maar dat ligt natuurlijk aan mezelf, ik kende hiervoor het begrip VAL nog niet. Voorlopig dus eerst maar eens ervaring opdoen met mijn eigen VAL leertraject.